Startpagina

Overgewicht

Gewicht zegt niet alles

De Wereldgezondheidsorganisatie geeft volgende definitie van obesitas:
“Obesitas is een chronische ziekte waarbij er een zodanige overmatige vetopstapeling in het lichaam bestaat dat dit aanleiding geeft tot gezondheidsrisico’s”.
Obesitas is dus niet enkel een ongemak of esthetisch probleem, maar een ‘ziekte’.
Overgewicht en obesitas nemen wereldwijd epidemische proporties aan en brengen heel wat gezondheidsrisico’s met zich mee. Ook voor België zet de tendens van een jaarlijks groeiend percentage mensen met overgewicht zich gestaag verder.

Bereken je Body Mass Index

De klassieke manier om de gewichtsklasse vast te stellen is het berekenen van de BMI (Body Mass Index). Daarvoor deel je het gewicht in kilogram door de lengte in meter in het kwadraat.
Een voorbeeld: voor iemand die 80 kg weegt en 1m76 groot is, krijgen we dit resultaat:



Een BMI ≥ 30 duidt op obesitas en een BMI tussen 25 en 30 op overgewicht.

De BMI als diagnosemiddel voor obesitas kent wel enkele beperkingen. Verschillende personen met eenzelfde BMI hebben daarom niet eenzelfde vetpercentage. Als we naast de BMI ook de hoeveelheid vet bepalen, en bovendien de verdeling van het lichaamsvet evalueren, hebben we een correcter beeld van de gezondheidstoestand.

Opgepast voor buikholte vet

Wetenschappers hebben ontdekt dat de locatie van het vet in het lichaam rechtstreeks verband houdt met het risico om door overgewicht ook andere gezondheidsproblemen te krijgen. Het vet dat zich in de buikholte bevindt is het meest schadelijk. Onderhuids vet (op de heupen en bovenbenen) is minder schadelijk.

Er bestaan een aantal methodes om de hoeveelheid vet in de buikholte te meten (echografie, CT-scan of MRI). Een erg eenvoudige, goedkope methode is het meten van de buikomtrek met een lintmeter. Volgens de ‘Belgische Vereniging voor de Studie van Obesitas’ zorgt een middelomtrek van ≥ 94 cm bij mannen en van ≥ 80 cm bij vrouwen voor een verhoogd risico op bv. diabetes en hart- en vaatproblemen.

Vetopstapeling verwijst naar zowel de totale hoeveelheid vet als de verdeling van dat vet.

Overgewicht is niet onschuldig

Extra kilo’s met zich meedragen is niet zo onschuldig. Veel mensen met overgewicht hebben psychische problemen, voelen zich minderwaardig, of sociaal minder aanvaard. Algemene lichamelijke klachten zijn een gebrek aan lichaamsconditie, kortademigheid, zweten, rug- en gewrichtsklachten, gebrek aan energie.
Ook sommige ziekten houden rechtstreeks verband met overgewicht: verhoogde bloeddruk, cholesterolproblemen (hoge ‘slechte’ cholesterol en lage ‘goede’ cholesterol) of stoornissen in de suikerstofwisseling (wat leidt tot diabetes type 2). Als ze samen voorkomen, spreken we van het “metabool syndroom”. Vooral het risico op hart- en vaatziekten (hartinfarct, beroerte, ...) is dan sterk verhoogd.

Overgewicht is het gevolg van een chronisch verstoorde energiebalans in het lichaam. Eenvoudig gesteld: er wordt dus via voeding en drank méér energie opgenomen dan er wordt verbruikt.
Toch is het probleem veel complexer. We verbruiken energie via lichamelijke activiteit (die we dus zelf kunnen opdrijven), maar ook door ons ‘bestaan’ zelf: de ruststofwisseling (of basaal metabolisme) is de energie die het lichaam nodig heeft om alle weefsels en organen te laten functioneren. Dit is het grootste gedeelte van ons dagelijks energieverbruik. Daarnaast is er nog de thermogenese, de energie die we besteden aan het opnemen, verwerken en opslaan van voedsel.

Niet bij elke mens werkt het regelmechanisme van het lichaam om de balans tussen opname en verbruik in evenwicht te houden op een optimale manier. De wetenschap heeft nog een lange weg af te leggen om de rol van erfelijke en omgevingsfactoren te ontrafelen.

Gewicht verliezen is geen doel op zich

De aanpak van overgewicht moet in elk geval zowel gericht zijn op de opname als op het verbruik. We kunnen met andere woorden best zowel onze eetgewoonten aanpassen als meer lichaamsbeweging inbouwen. Een langetermijnplanning is de doorslaggevende factor voor succes. Iedereen kent wel het jojo effect: na herhaaldelijke diëten blijkt iemand telkens na het afvallen opnieuw bij te komen, tot zelfs meer dan het oorspronkelijke gewicht. In dit geval zorgde het dieet voor verlies van vooral spierweefsel en vocht.

Puur gewicht verliezen mag niet het doel op zich zijn. De weegschaal vertelt ons echt niet alles. Zo kan iemand die 10 kg gewicht heeft verloren via een dieet tot de vaststelling komen dat het gewicht wel is afgenomen, maar het vetpercentage van het lichaam is toegenomen. Dit dieet heeft dus niet-vette weefsels afgebroken.
Een gezondere voeding, gecombineerd met beweging, zorgen er voor dat het gewichtsverlies geen aanval is op de spieren, maar wel zorgt voor vetverbranding. Door het opbouwen van meer spierweefsel verbruikt de ruststofwisseling ook meer energie.
Andere eetgewoonten en het structureel inbouwen van lichamelijke activiteiten in het dagelijkse leven moeten een levenshouding worden. Alleen dan is er kans op succes op lange termijn.

Als je gewicht wilt verliezen kan je raad vragen bij je arts of het advies van een diëtist(e) inroepen.
Als je wilt weten of je aangepaste levensstijl ook echt doeltreffend is om je percentage lichaamsvet te doen dalen, dan kan je naast je weegschaal ook een eenvoudige en gebruiksvriendelijke lichaamsvetmeter aanschaffen. Door je BMI en je percentage lichaamsvet regelmatig te bepalen, weet je of je inspanningen succesvol zijn. Het kan je motiveren om door te zetten.

OMRON biedt een schitterend gamma aan lichaamsvetmeters, ook in combinatie met weegschaal, dat u toelaat naast uw gewicht ook uw BMI en vetgehalte goed op te volgen.
Maar meten alleen is niet voldoende, let op uw eetgewoonten en bouw ook meer lichaamsbeweging in. De Wandelbox spoort mensen aan om meer te bewegen en zo hun conditie zonder al te grote inspanningen te verbeteren.