Piekuur in de tunnels

Wanneer je begint te wandelen, fietsen of lopen, gebruik je meer dan 200 spieren tegelijk. Die schreeuwen om extra zuurstof en brandstoffen. Gevolg: piekuur in je onderhuidse tunnels, de bloedvaten. Je longen steken een tandje bij: je ademhaling versnelt om zoveel mogelijk zuurstof op te nemen. Je hart speelt een sleutelrol. Bij elke slag gaat het meer bloed doorpompen. De hoeveelheid is afhankelijk van de grootte van je hart. Aangezien het hart een spier is, kun je die vergroten en versterken door haar te oefenen. Je hart gaat ook sneller pompen. Je hartslag stijgt, waardoor het bloed sneller door je aders kan razen.

Om die veranderingen goed te begrijpen, moeten we even dieper ingaan op de energiesystemen in ons lichaam. Het zijn er drie:

  • Het eerste energiesysteem bestaat uit chemische reacties in de spieren. Die zorgen ervoor dat je gedurende enkele seconden energie kunt leveren. Dat energiesysteem laten we in dit boek buiten beschouwing. Het is voer voor spurters of hoogspringers die op enkele seconden tijd piekprestaties moeten leveren.
  • Wil je aan je conditie werken en gezonder worden, dan moet je gedurende een langere periode inspanningen kunnen leveren. In dat geval doe je een beroep op het tweede energiesysteem, het zogenaamde aërobe of zuurstofrijke energiesysteem.
  • Ga je nog sneller wandelen, lopen of fietsen, dan kom je in het derde energiesysteem, het anaërobe of zuurstofarme systeem.

Aëroob = uithouding

Zolang je in staat bent voldoende zuurstof in te ademen en je hart die zonder enige moeite naar je spieren kan vervoeren, spreken we van een ‘aërobe’ of zuurstofrijke inspanning. De energielevering gebeurt dan door het verbranden van koolhydraten of vetten, in combinatie met zuurstof. Wie een beetje conditie heeft, kan zo’n inspanning lang volhouden. Je hartslag gaat wel de hoogte in, maar je bent nog steeds in staat om tijdens het sporten een praatje te maken. Het komt er dus op aan het juiste hartritme te vinden, zonder buiten adem te raken. Na een aantal trainingen merk je dat je hart, longen en spieren zich versterken en dat je binnen deze hartslagzone meer inspanningen aankunt. Het ultieme bewijs dat je uithouding verbeterd is!

Fenomenale getallen

  • Zoals elke spier wordt je hart door training sterker en groter. Een ‘sporthart’ kan dubbel zo dik zijn als een ‘gewoon’ hart.
  • Met een sterker hart daalt je ‘hartslag in rust’. Met een lage ‘rustpols’ spaar je op lange termijn je hart. Wie fit is en zijn rustpols met 20 slagen per minuut kan laten zakken (van 70 naar 50 bijvoorbeeld), spaart zijn hart met 10 miljoen slagen per jaar.
  • Door training verbetert ook de zuurstofopname in de longen en neemt het aantal rode bloedlichaampjes, verantwoordelijk voor het transport van zuurstof, toe. Terwijl normale, fitte mensen 5 à 6 liter zuurstof per minuut opnemen, kan een topsporter als Lance Armstrong tot 8 liter per minuut gaan.

U kunt pagina per pagina afdrukken, maar beter is nog om het boek te bestellen

Afdrukken Bestellen Annuleren